Iedereen kent Barcelona, Madrid en de Costas. Maar als je me vraagt waar je in 2026 echt naartoe moet? Dan zeg ik zonder twijfel: Noord-Spanje. Het is groener dan je denkt, minder druk dan je hoopt en de temperatuur is in de zomer een heerlijke 25 graden. Geen snikhete middagen van 40 graden, maar gewoon lekker weer om te ontdekken.
Waarom Noord-Spanje zo bijzonder is
De meeste reizigers vliegen recht over Noord-Spanje heen op weg naar het zuiden. En dat is eigenlijk een beetje zonde. Want de provincies Baskenland, Cantabrië, Asturië en León bieden precies wat je zoekt als je toe bent aan iets anders dan de standaard strandvakantie.
Stel je voor: dramatische kustlijnen met ruige kliffen, groene heuvels die doen denken aan Ierland, middeleeuwse dorpjes waar de tijd heeft stilgestaan en een keuken die je compleet omver blaast. De pintxos in San Sebastián zijn legendarisch, maar ook in kleinere plaatsen als Santander en Oviedo eet je je vingers erbij af.
De beste plekken om te ontdekken
Laten we beginnen met het Baskenland. San Sebastián is natuurlijk de bekendste stad, en terecht. Het strand La Concha is een van de mooiste stadstranden van Europa. Maar ga ook eens naar Getaria, een klein vissersdorpje waar je de lekkerste gegrilde vis van je leven eet. Of maak een wandeling langs de kust bij Zumaia, waar de flysch-kliffen miljoenen jaren aardgeschiedenis laten zien.
Cantabrië is de volgende stop. Santander heeft een prachtige baai en de Playa El Sardinero is perfect voor een stranddag. Maar het hoogtepunt is misschien wel het binnenland. De Picos de Europa, een bergketen die je niet zou verwachten in Spanje, biedt wandelroutes voor elk niveau. Van makkelijke dorpswandelingen tot stevige bergtochten met uitzichten die je adem benemen.
En dan Asturië. Dit is het Spanje dat je niet kent. Felgroene valleien, pittoreske vissersdorpjes en de stad Oviedo met haar prachtige pre-Romaanse kerken. Asturië staat ook bekend om haar sidra, de lokale cider die op spectaculaire wijze wordt ingeschonken door de fles boven je hoofd te houden.
Zo plan je jouw rondreis
Het mooiste is dat je Noord-Spanje perfect kunt ontdekken met een huurauto. Vlieg naar Bilbao (waar je natuurlijk even het Guggenheim Museum bezoekt) en rij in twee weken langs de kust richting het westen. Elke dag een ander dorpje, elke avond een andere specialiteit op je bord.
Een ideaal schema zou er zo uit kunnen zien:
- Dag 1-3: Bilbao en omgeving, inclusief het Guggenheim en de oude binnenstad
- Dag 4-5: San Sebastián en de kustdorpjes Getaria en Zumaia
- Dag 6-8: Santander en de Picos de Europa
- Dag 9-11: Asturië, met Oviedo en de kustplaatsen Cudillero en Luarca
- Dag 12-14: Galicië met Santiago de Compostela als eindpunt
Praktische tips
De beste tijd om te gaan is juni tot en met september. In juli en augustus is het iets drukker, maar lang niet zo erg als aan de Middellandse Zee. Hotels en Airbnbs zijn betaalbaar, zeker vergeleken met de populairdere Spaanse bestemmingen.
Qua budget kun je rekenen op zo'n 80 tot 120 euro per dag voor twee personen, inclusief een fijne slaapplek en heerlijk uit eten. Dat is een stuk voordeliger dan de Balearen of de Costa Brava.
En het allerbelangrijkste: leer een paar woorden Spaans. De mensen in Noord-Spanje zijn ongelooflijk gastvrij, maar ze spreken minder Engels dan in de toeristische gebieden. Een simpel "gracias" of "muy rico" (erg lekker) als je bij een restaurant weggaat, maakt al het verschil.
Is dit iets voor jou?
Als je houdt van natuur, cultuur en goed eten, maar geen zin hebt in overvolle stranden en toeristische valkuilen, dan is Noord-Spanje jouw bestemming. Het voelt als een geheim dat steeds meer reizigers ontdekken, maar dat in 2026 nog steeds heerlijk rustig en authentiek is. Boek die vlucht naar Bilbao en laat je verrassen.